We verlieten de haven van Bagenkop om
kwart over negen wederom in dichte mist. De wind kwam nog steeds uit
het oost tot noordoosten en dus pal tegen. Na eerst de zuidpunt van
Langeland zeilend te hebben gerond, voeren we met motor en grootzeil
tegen de wind in tussen de eilanden Langeland en Lolland naar het
noordoostelijk gelegen eilandje Vejrø,
ca. 35 Nm vanaf Bagenkop gelegen. Niet veel later dook in de mist
vlak voor onze boeg een klein bootje op met twee sportvissers, die
aan het vissen waren en kennelijk geen AIS aan boord hadden. Na een
snelle uitwijkmanoeuvre konden we onze koers vervolgen. Tegen half
twaalf trok de mist langzaam op en hadden we weer voldoende zicht. Om
twaalf uur begon zelfs de zon te schijnen. Een uur later verdween de
zon weer om plaats te maken voor een algehele bewolking. Om kwart
over drie kwamen we in de haven van het kleine eilandje Vejrø aan.
Buiten ons lagen er maar twee passanten. Gezien de relatief hoge
havenprijs van 350 kronen ofwel meer dan €50 is dat dan ook niet
verwonderlijk. Het is een idyllisch natuureilandje, dat eigendom is
van twee bewoners, die het als een resort exploiteren. In 1997, 22
jaar geleden, zijn we met onze kinderen in onze Jeanneau Attalia 32
hier ook geweest. Toen was het nog een haventje in niet al te beste
staat en ook geen resort. Het is nu mooi opgeknapt, maar het
havengeld is er dan ook naar, ongeveer het dubbele van die van
Bagenkop, die wat faciliteiten en sfeer betreft er ook mag zijn. Ons tweede bezoek zal waarschijnlijk
dan ook wel de laatste keer zijn geweest. In de avond maakten we nog
een kleine wandeling langs de “white house”, waar we het
havengeld moesten betalen, de vuurtoren en het strand. Morgen gaan we
naar Klintholm, tenminste als het weer het toelaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten