Na een welverdiende nachtrust
vertrokken we om negen uur uit Cuxhaven. Het was bewolkt weer, de
wind NO3-4 en vrij koud. De stroom in de Elbe liep inmiddels omhoog
en op de motor voeren we met acht tot negen knopen over de grond naar de
sluizen van Brunsbüttel. Het was redelijk druk op de Elbe met
scheepvaart. Rond elf uur kwamen we bij de sluizen aan. Het was even
wachten bij de kleine sluis vanwege een Nederlandse vrachtboot,
genaamd Speyk, en een Nederlandse schoener, genaamd Avatar, die eerst
naar binnen mochten. Achter ons in de sluis lag een Nederlands jacht,
een Hallberg Rassy, uit Andijk. Het echtpaar op behoorlijke leeftijd
was inmiddels twee weken onderweg en ging ook naar de scheren aan
de Oostkust van Zweden richting Stockholm. “We zouden elkaar nog
wel zien”, zoals ze zeiden. Maar bij het verlaten van de sluizen
lieten we ze al snel ver achter ons. In de middag begon het af en toe
te regenen. Het was niet erg druk met zeeschepen. Met tussenpozen
kwam ons een sluislichting tegemoet en werden we ook opgelopen,
waaronder een vrij groot containerschip, genaamd Sonderborg, dat een
loods aan boord kreeg. En even later werden we gepasseerd door de
vrachtboot Speyk, die tegelijkertijd in de sluis er naast met ons
meeging. Bij Rendsburg bleek de hangpontbrug in onderhoud en stond
het pontje op de wal. Om half zes kwamen we in het kleine
jachthaventje Schreiber Marina aan, gelegen op het kleine eilandje
Rader Insel, waar we in een mooie box konden afmeren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten